Answer
Een spiraalborgring is afhankelijk van een vierkant contact met de groefwand om zijn stuwkracht te maximaliseren. Als de groef aan de onderkant een grote straal heeft, of als het passende deel een grote afschuining heeft, verschuift het contactpunt, waardoor een momentarm ontstaat die de ring probeert te 'schotelen' (binnenstebuiten keren). De vermindering van het stuwvermogen kan worden gemodelleerd met een factor $C_f = \frac{d - (r + c)}{d}$, waarbij $d$ de groefdiepte is, $r$ de groefradius en $c$ de afschuining van het vastgehouden onderdeel. Als $C_f$ aanzienlijk kleiner is dan 1, zal de ring voortijdig falen doordat hij uit de groef wordt geduwd. In versnellingsbakken voor de luchtvaart worden vaak 'scherpe hoeken' gespecificeerd en worden vulringen gebruikt tussen de afgeschuinde lagerloopring en de borgring om ervoor te zorgen dat de belasting zo dicht mogelijk bij de groefwand wordt uitgeoefend.