Answer
Terwijl de theoretische veerconstante $k$ lineair is, vertoont golfveren in de echte wereld 'bodem-' en 'top-off'-effecten. Bij het begin van de afbuiging is het mogelijk dat de golven niet allemaal tegelijkertijd aangrijpen vanwege productietoleranties (het 'eerste golfeffect'), wat resulteert in een lagere initiële snelheid. Bijna op vaste hoogte beginnen de golven elkaar te raken of beginnen de 'shim'-uiteinden samen te drukken, waardoor de snelheid exponentieel toeneemt. Dit staat bekend als 'load-jumping'. Ontwerpers moeten alleen vertrouwen op het lineaire deel van de curve, doorgaans tussen $20\%$ en $80\%$ van de beschikbare doorbuiging.