Answer
Voor een spiraalborgring wordt het traagheidsmoment $I$ van de doorsnede berekend als $I = \frac{b \cdot t^3}{12}$, waarbij $b$ de radiale wandbreedte is en $t$ de dikte. De radiale stijfheid van de ring – het vermogen om uitzetting of krimp te weerstaan – wordt echter ook bepaald door de 'gebogen balk'-theorie. De stijfheid is evenredig met $E \cdot I / R^3$. Dit betekent dat zelfs een kleine vergroting van de radiale wand $b$ de kracht die nodig is om de ring te installeren en zijn vermogen om in de groef te blijven aanzienlijk vergroot. Ontwerpers moeten de radiale wandbreedte $b$ in evenwicht brengen om ervoor te zorgen dat de ring stijf genoeg is om de belasting te dragen, maar flexibel genoeg om te worden geïnstalleerd zonder de vloeigrens $\sigma_y$ te overschrijden tijdens het uitzetten.