Answer
Het vastgehouden deel (het onderdeel dat op zijn plaats wordt gehouden) heeft vaak een afschuining of een straal aan de rand voor gemakkelijke productie. Deze afschuining creëert echter een 'helling' die een radiale krachtcomponent $F_r = F_a \tan(θ)$ uitoefent op de borgring, waarbij $F_a$ de axiale kracht is en $heta$ de afschuiningshoek. Deze radiale kracht heeft de neiging de ring uit de groef te duwen. Als de afschuining te groot is, kan dit ertoe leiden dat de ring 'schotelt' en voortijdig kapot gaat. De maximaal toegestane afschuining of straal op het vastgehouden onderdeel wordt doorgaans gespecificeerd in het technische gegevensblad van de ring (bijvoorbeeld $r_{max} < 0,5 \cdot d$, waarbij $d$ de groefdiepte is). Als een grote afschuining onvermijdelijk is, moet een back-upring met vierkante randen worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de belasting puur axiaal op het vlak van de ring wordt uitgeoefend.