Answer
In een post-mortem faalanalyse wordt een 'afschuifbreuk' geïdentificeerd door een zuivere breuk van 45 graden van het ringmateriaal zelf, wat aangeeft dat de stuwkracht $P$ de afschuifcapaciteit van de ring $P_r = D \pi t S_s$ overschreed, waarbij $S_s$ de schuifsterkte is (ongeveer $0,6 \times S_u$). Omgekeerd wordt een falen door 'groefvervorming' gekenmerkt door een 'hellings' of 'uitlopend' uiterlijk van de groefwand, en de ring kan intact maar 'schotelig' zijn. Dit geeft aan dat het groefmateriaal als eerste zijn compressievloeigrens bereikte. Corrigerende maatregelen voor afschuiving vereisen een dikkere ring of sterker materiaal; voor groefvervorming vereist dit het verharden van de behuizing of het vergroten van de groefdiepte.