Answer
Wanneer een golfveer wordt samengedrukt, blijft de omtrekslengte van de draad vrijwel constant, waardoor de gemiddelde diameter $D_m$ uitzet. Voor een veer in een boring is deze uitzetting beperkt. De uitzetting $\Delta D$ kan worden benaderd door $\Delta D = 0,02 \cdot \frac{w^2 - f^2}{D_m}$, waarbij $w$ de golfhoogte is en $f$ de doorbuiging. Als de speling tussen de buitendiameter van de veer en de boring onvoldoende is, creëert wrijving tussen de veer en de wand van de boring een hysteresislus in de belasting-afbuigcurve. Deze 'binding' vergroot de schijnbare stijfheid en kan leiden tot plaatselijke spanningsconcentraties $\sigma_{totaal} = \sigma_{buiging} + \sigma_{wrijving}$. Ingenieurs moeten ervoor zorgen dat de buitendiameter op werkhoogte $OD_{work} = OD_{free} + \text{expansion}$ kleiner is dan $D_{bore}$ om de nauwkeurigheid van de voorspelde belasting te behouden.