Answer
Om rolfalen te voorkomen moet de groefdiepte $d$ voldoende zijn om ervoor te zorgen dat de ring op zijn plaats blijft zitten, zelfs wanneer deze wordt blootgesteld aan de maximaal verwachte stuwkracht. De vuistregel is dat de ring minimaal $1/3$ tot $1/2$ van zijn radiale wanddikte $b$ in de groef moet zitten. Wiskundig gezien wordt de stabiliteit bepaald door de verhouding tussen de groefdiepte en de dikte van de ring. Voor een standaard veiligheidsfactor van $2,0$ wordt de minimale groefdiepte $d_{min}$ berekend op basis van de vloeigrens van het groefmateriaal $\sigma_y$ en de stuwkracht $P$: $d_{min} = (P \cdot S) / (D \cdot \pi \cdot \sigma_y)$. In zachte materialen zoals kunststof of aluminium moet de groef aanzienlijk dieper zijn dan in gehard staal om te voorkomen dat het materiaal onder de rand van de ring schuift of 'ploegt'.