Answer
De buigspanning $\sigma$ in een golfveer wordt gegeven door $\sigma = (6 \cdot P \cdot D_m) / (n^2 \cdot b \cdot t^2)$. Deze formule laat zien dat de spanning omgekeerd evenredig is met het kwadraat van het aantal golven $n$. Door het aantal golven te vergroten, wordt de belasting $P$ over meer contactpunten verdeeld, waardoor de spanning in het materiaal bij een bepaalde doorbuiging aanzienlijk wordt verminderd. Het verhogen van $n$ verhoogt echter ook de veerconstante $k$ met de vierde macht ($k \propto n^4$), waardoor de veer veel stijver wordt. Ontwerpers moeten $n$ optimaliseren om de vereiste kracht te bereiken en tegelijkertijd het spanningsniveau onder de vloeigrens (voor statisch) of de vermoeidheidslimiet (voor dynamisch) van het materiaal te houden.