Answer
Het stuwvermogen van een spiraalborgring-samenstel wordt beperkt door twee verschillende factoren: de schuifsterkte van de ring en de vervorming van de groef. De afschuifcapaciteit van de ring wordt berekend als $P_r = \frac{D \cdot T \cdot \pi \cdot S_s}{K}$, waarbij $D$ de as-/boringdiameter is, $T$ de ringdikte, $S_s$ de schuifsterkte is en $K$ de veiligheidsfactor is (doorgaans 3). Het groefmateriaal is echter meestal de zwakkere schakel. De vloeigrens van de groef wordt gegeven door $P_g = \frac{D \cdot d \cdot \pi \cdot \sigma_y}{K}$, waarbij $d$ de groefdiepte is en $\sigma_y$ de vloeigrens van het behuizingsmateriaal. Als de stuwkracht $P_g$ overschrijdt, zal de groefwand vervormen, waardoor de ring een schotel (kegel) krijgt en uiteindelijk uit de groef 'loopt'. Ingenieurs moeten de laagste van deze twee waarden als ontwerplimiet gebruiken.