Answer
Bij externe ringen heeft de middelpuntvliedende kracht de neiging de ring uit te zetten, waardoor deze mogelijk uit de groef wordt getild. De maximaal toegestane snelheid $V$ in RPM wordt bepaald door $V = \sqrt{\frac{4 \cdot E \cdot g \cdot (d_n - d_g)}{0.0132 \cdot \rho \cdot D_m^5 \cdot (D_o - D_i)}}$, waarbij $d_n$ de neutrale ringdiameter is en $d_g$ de groefdiameter. Indien de applicatiesnelheid deze waarde overschrijdt, moet de ring uitgevoerd worden met een 'zelfremmende' eigenschap. Dit kenmerk bestaat uit een lipje en een sleuf die mechanisch voorkomen dat de ring buiten de groefdiameter uitzet, waardoor aanzienlijk hogere toerentallen mogelijk zijn in snel roterende machines zoals turbineassen.