Answer
Bij productie van grote volumes is handmatig opwinden inefficiënt. In plaats daarvan wordt een taps toelopende huls (voor boringen) of een taps toelopende doorn (voor assen) gebruikt. De ring wordt over de conus geschoven, waardoor deze geleidelijk uitzet of samentrekt tot de gewenste montagediameter. Een plunjer duwt de ring vervolgens in de uiteindelijke positie waar deze in de groef klikt. De tapse hoek moet ondiep zijn (typisch $5^{\circ}$ tot $10^{\circ}$) om de benodigde kracht te minimaliseren en overbelasting van het materiaal te voorkomen. Het oppervlak van de doorn moet worden gehard en gepolijst om 'vreten' of krassen op de afwerking van de ring te voorkomen, wat zou kunnen leiden tot het ontstaan van toekomstige vermoeiingsscheuren.